!css

Beleggen in een vennootschap: DBI-bevek onder de loep

03/07/2018

Met deze nieuwsbrief lichten we graag enkele algemene principes toe indien u beleggingen aanhoudt in uw vennootschap onderworpen aan de Belgische vennootschapsbelasting. Daarbij besteden we bijzondere aandacht aan de vrijstelling van meerwaarden op aandelen en de DBI-aftrek voor dividenden. Tevens schetsen we de situatie vóór en na de hervorming van de vennootschapsbelasting. Om tot slot dieper in te gaan op de fiscale karakteristieken van de DBI- bevek.

Als algemene regel kan men stellen dat meerwaarden en inkomsten uit beleggingen aan vennootschapsbelasting zijn onderworpen.

Uitzondering: meerwaarden op aandelen vrijgesteld? 

Indien een vennootschap tot vóór de hervorming van de vennootschapsbelasting een individueel aandeel met een meerwaarde kon verkopen, dan genoot deze meerwaarde een vrijstelling onder bepaalde voorwaarden:

  • Kwalificeerde de vennootschap in kwestie als een KMO1? Indien niet, volgde minimaal een taxatie aan 0,412% op de meerwaarde.
  • Werden de aandelen minstens 1 jaar aangehouden (permanentievoorwaarde)? Indien niet, volgde minimaal een taxatie aan 25,75% op de meerwaarde.
  • Voldeed de vennootschap waarvan de aandelen werden verkocht aan de taxatievoorwaarde2? Indien niet, volgt een taxatie aan de normale vennootschapstarieven.

Ingevolge de hervorming vennootschapsbelasting is een bijkomende voorwaarde noodzakelijk alvorens meerwaarden op individuele aandelen in aanmerking komen voor een vrijstelling. Dit betekent dat naast de permanentievoorwaarde en taxatievoorwaarde ook voldaan moet worden aan een participatievoorwaarde. Ofwel heeft de vennootschap een participatie van minstens 10 % van het kapitaal, ofwel minstens een aanschaffingswaarde van 2 500 000 euro. Tevens werd de belasting aan 0,412% geschrapt. Minderwaarden blijven in principe niet aftrekbaar.

Wat met dividenden? Verlaagde belastingdruk door de DBI-aftrek?

De bestaansreden van de aftrek op ‘Definitief belaste inkomsten’ (kortweg DBI-aftrek) is het vermijden van een dubbele belasting op uitgekeerde dividenden: éénmaal in hoofde van de uitkerende vennootschap en vervolgens nogmaals in hoofde van de ontvangende vennootschap.

Indien ontvangen dividenden in aanmerking komen voor de DBI-aftrek betekende dit vóór de hervorming vennootschapsbelasting dat deze voor 95% werden vrijgesteld in hoofde van de ontvangende vennootschap. Wat leidde tot een effectieve belastingdruk van slechts 1,67% (met name 5% vermenigvuldigd met 33,99% vennootschapsbelasting).

Ingevolge de hervorming  vennootschapsbelasting breidde de DBI-aftrek uit tot 100%, wat er voor zorgt dat dividenden de facto niet belast zijn in hoofde van de ontvangende vennootschap.

U raadt het al! Deze hervormde DBI-aftrek is niet zonder voorwaarden. Zonder te veel in detail te gaan, komt het erop neer dat de hiervoor reeds besproken permanentievoorwaarde, participatievoorwaarde en tot slot taxatievoorwaarde dienen voldaan te zijn alvorens kan genoten worden van de DBI-aftrek. 

In de vennootschap beleggen via een beleggingsfonds3?

Gelden dezelfde fiscale spelregels indien de vennootschap zou investeren in een beleggingsfonds?

Vooreerst benadrukken we dat het op fiscaal vlak voor de vennootschap-investeerder niet uitmaakt of het beleggingsfonds onderliggend belegt in aandelen, obligaties, vastgoed,…. 

Dividenden van een beleggingsfonds worden in principe uitgesloten van de DBI-aftrek. Ook meerwaarden zijn belast. Een DBI-bevek vormt hierop de uitzondering, maar hierover later meer.

Net zoals bij individuele aandelen zijn ook minderwaarden op beleggingsfondsen niet aftrekbaar.

Wel dient opgemerkt dat indien het een distributiefonds betreft, er geen beurstaks is verschuldigd. Er is evenmin een correctie noodzakelijk op de berekeningsbasis van de notionele interestaftrek. 

Wat is de notionele interestaftrek?

De 'aftrek voor risicokapitaal' of zogenaamde 'notionele interestaftrek' is een fiscale maatregel waarmee een vennootschap een fictieve intrest, tot vóór de hervorming vennootschapsbelasting berekend op basis van het eigen vermogen van de vennootschap,  in mindering mag brengen van haar belastbaar resultaat. Echter alvorens dit percentage los te laten op het eigen vermogen, dient dit gecorrigeerd te worden met een aantal elementen. Zo is er een correctie in de mate dat een vennootschap belegt in kapitalisatiefondsen.  

Nieuw sedert de hervorming vennootschapsbelasting is dat de notionele interestaftrek niet meer toegekend worden op het volledige bedrag van het eigen vermogen, maar slechts op basis van de aangroei van het eigen vermogen ten opzichte van een voortschrijdend gemiddelde van de vijf voorbije boekjaren.

DBI-Bevek: een waardig alternatief?

Om het nadeel te compenseren dat dividenden en meerwaarden van een ‘klassiek beleggingsfonds’ worden belast, werd de DBI-bevek geïntroduceerd. Fundamenteel niet zo verschillend dan een ander beleggingsfonds, alleen werden er bepaalde fiscale voorwaarden/voordelen aan verbonden.

Het betreft beleggingsvennootschappen die in een jaarlijkse uitkering van minstens 90% van de verkregen inkomsten voorzien en dat zo in de statuten bepalen. In dat geval zijn gerealiseerde meerwaarden vrijgesteld in hoofde van de vennootschap-investeerder en geven de uitgekeerde dividenden recht op DBI-aftrek, voor zover en in de mate dat die inkomsten betrekking hebben op ‘goede’ dividenden  en/of ‘goede’ meerwaarden.

Wanneer worden dividenden en meerwaarden als ‘goed’ beschouwd? Dit is het geval indien deze inkomsten in hoofde van de DBI-bevek zelf respectievelijk beantwoorden aan de voorwaarden voor DBI-aftrek, dan wel de voorwaarden voor de vrijstelling op aandelen.

De inkomsten van de DBI-bevek zullen dus ‘geventileerd’ moeten worden aan de vennootschap-investeerder, d.w.z. opgesplitst in ‘goede’ en ‘slechte’ inkomsten.

Stel dat u als vennootschap-investeerder uw aandelen in de DBI-bevek van de hand wenst te doen, dan is het in de praktijk niet ongebruikelijk dat deze worden ingekocht door de bevek, eerder dan deze te verkopen aan derden via de secundaire markt. De inkomsten die u hieruit ontvangt, de inkoopboni, worden niet gekwalificeerd als meerwaarden maar worden fiscaaltechnisch beschouwd als een dividend dat kan gebruik maken van de DBI-aftrek, mits aan de voorwaarden voldaan wordt. In principe heeft deze kwalificering als dividend geen fiscale gevolgen doordat de DBI-aftrek sinds de hervorming is verhoogt naar 100%.

Fiscale aandachtspunten blijven evenwel de volgende:

  • In tegenstelling tot ‘klassieke’ distributiefondsen is er voor DBI-beveks wel een correctie op de berekeningsbasis van de notionele interestaftrek. Vermeldenswaardig is dat ingevolge de hervorming vennootschapsbelasting deze notionele intrestaftrek grotendeels werd uitgehold ingevolge de aangepaste berekeningswijze, alsook de afgenomen percentages. Gevolg is dat dit fiscaal aandachtspunt aan belang inboet.
  • Minderwaarden zijn niet aftrekbaar.
  • Een van de voorwaarden waaraan een vennootschap moet voldoen om in aanmerking te komen voor het zogenaamde “verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting” is dat het niet gaat om een zgn. “financiële vennootschap”. Wat is dit? Het betreft vennootschappen die aandelen bezitten waarvan de beleggingswaarde meer bedraagt dan 50%, hetzij van de gerevaloriseerde waarde van het gestorte kapitaal, hetzij van het gestorte kapitaal verhoogd met de belaste reserves en de geboekte meerwaarden. Zowel aandelen onder de rubriek ‘financiële vaste activa’ als onder de rubriek ‘geldbeleggingen’ dienen in rekening te worden gebracht. Aandelen in beleggingsvennootschappen (o.a. DBI-beveks) zijn eveneens geviseerd. Zelfs al zou dit een 100% obligatiefonds zijn.

 

Een kort samenvattend overzicht, rekening houdend met de gewijzigde vennootschapsbelasting:

 

FISCALITEIT  AANDELEN

SICAVS/BEVEKS

Kapitalisatietype

SICAVS/BEVEKS

Distributietype

DBI-BEVEKS

Distributietype

Dividenden/

Inkoopboni

Vennootschaps-belasting Vennootschaps-belasting Vennootschaps-belasting DBI aftrek gelijk aan 100% in de mate dat dividenden/inkoop-boni voortkomen uit "goede" inkomsten
Meerwaarden Vrijstelling mogelijk indien alle voorwaarden voldaan: o.a. een participatie van minstens 10 % van het kapitaal, ofwel minstens een aanschaffings-waarde van 2.500.000 euro. Vennootschaps-belasting Vennootschaps-belasting Vrijstelling mogelijk in de mate dat meerwaarden voortkomen uit "goede" inkomsten
Minwaarden Niet aftrekbaar Niet aftrekbaar Niet aftrekbaar Niet aftrekbaar
Impact op genot verlaagd tarief vennootschapsbelasting Ja Ja Ja Ja
Impact op berekeningsbasis notionele interestaftrek&nbsp Neen Ja Neen Ja
Beurstaks 0,35% bij aan- en verkoop met plafond van € 1.600 1,32% bij verkoop met plafond van € 4.000 * Geen Geen

 

*Indien niet beursgenoteerd en geregistreerd bij FSMA.

 

Heeft u nog vragen of wenst u meer informatie, aarzel dan niet om u private banker te contacteren.

1 Het gaat om vennootschappen die niet beantwoorden aan de voorwaarden van artikel 15 van het W. Venn.
2 De winsten van de vennootschap waarin men de aandelen aanhoudt, moeten onderworpen geweest zijn aan een normaal regime van vennootschapsbelasting.
3 Onder deze verzamelterm zitten belangrijke verschillen. In het kader van deze bijdrage doelen we op Instellingen voor Collectieve Belegging (ICB) onder de vorm van een beleggingsvennootschap (vb: BEVEK of SICAV).

DISCLAIMER

Deze publicatie is een communicatie van louter informatieve aard zonder enige contractuele waarde, die niet werd opgemaakt overeenkomstig de regelgevende bepalingen ter bevordering van de onafhankelijkheid van financiële analyses en de verlener van beleggingsdiensten is niet onderworpen aan het verbod om transacties op het desbetreffende instrument te verrichten.
De inhoud van dit document is niet bedoeld als beleggingsadvies noch als een andere investeringsdienst en betreft noch een aanbod, noch een persoonlijke aanbeveling noch een advies voor een aankoop, voor een intekening of een verkoop van investeringsdiensten of financiële producten vanwege Société Générale Private Banking NV. De informatie in dit document betreft geen juridisch, fiscaal of boekhoudkundig advies.U blijft verantwoordelijk voor het beheer van uw activa en u behoudt de vrijheid over uw beleggingsbeslissingen.
Société Générale Private Banking, noch enige andere vennootschap van de groep Société Générale kan aansprakelijk worden gesteld voor de eventuele onjuistheid, onvolledigheid of het oneigenlijke gebruik van dit document.
De inhoud van dit document valt onder de toepassing van het auteursrecht en is de intellectuele eigendom van Société Générale Private Banking NV. Het document mag niet zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming van Société Générale Private Banking NV worden gerepliceerd, noch gedistribueerd.
Onderhavige publicatie wordt voorgesteld door Société Générale Private Banking NV, een Belgische kredietinstelling naar Belgisch recht, die gecontroleerd wordt door en onder toezicht staat van de Nationale Bank van België (NBB) en van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) en onder prudentieel toezicht staat van de Europese Centrale Bank (ECB). Société Générale Private Banking NV staat bij de FSMA geregistreerd als verzekeringsmakelaar onder het nummer 61033A. De maatschappelijke zetel van Société Générale Private Banking NV is gevestigd te Kortrijksesteenweg 302, 9000 Gent en staat geregistreerd in het rechtspersonenregister van Gent onder het btw-nummer BE 0415.835.337. Meer details zijn op verzoek verkrijgbaar of zijn terug te vinden op www.privatebanking.societegenerale.be.