!css

Beleggen in een vennootschap: de valkuilen en alternatieven

29/11/2018

Het Zomerakkoord van 2017 ligt alweer een tijdje achter ons, maar de maatregelen die de federale regering toen nam, met als doel ambitieuze hervormingen door te voeren, veranderden drastisch de spelregels voor ondernemers die via hun (familiale) vennootschap beleggen. Marcel Kunnen, Head of Family Business Office zet voor u de voornaamste valkuilen en alternatieven op een rijtje.

Valkuilen bij beleggen in de vennootschap 

Sinds het Zomerakkoord van 2017 veranderde er heel wat in de fiscaliteit voor ondernemingen. “Het Zomerakkoord zorgde voor niets minder dan een aardverschuiving”, stelt Marcel Kunnen. “Beleggen in de vennootschap kreeg een zeer scherp fiscaal randje.” Zo zijn in bepaalde omstandigheden meerwaarden op aandelen niet langer vrijgesteld. Minwaarden kan men niet aftrekken. Ook moet men uitkijken voor een eventuele taks op beursverrichtingen. Of nog de herkwalificatie van uw vennootschap als weze het een ‘financiële vennootschap’. Dit laatste hangt af van verschillende factoren. Louter indicatief kan men stellen dat wanneer meer dan 50% van het eigen vermogen belegd is in aandelen (inclusief beleggingsfondsen) uw vennootschap mogelijks kwalificeert als ‘financiële vennootschap’. In dit laatste geval stijgt het belastingtarief zonder pardon naar 29,58% ook al zou uw vennootschap verder in aanmerking komen voor het verlaagde tarief van 20,4%. “Stuk voor stuk fiscale valkuilen die de ondernemer een ijskoude douche kunnen bezorgen.”

Vanuit deze invalshoek wordt rendement onlosmakelijk verbonden met fiscaliteit. “De impact van latente belastingen op de beleggingsportefeuille van een vennootschap is potentieel enorm.” vervolgt Kunnen. “Hoe meer fiscale impact er op de portefeuille rust, hoe lager het effectieve rendement uitvalt. De verschillen tussen het rendement voor en na belasting kan ettelijke procentpunten verschillen. Dit is exact de reden waarom we bij Société Générale Private Banking onze dienstverlening ruimer opvatten dan enkel beleggen. Voor een optimaal resultaat is de fiscale architectuur van een beleggingsportefeuille minstens zo belangrijk, zeker voor de familiale onderneming.”

Een objectief en transparant beleid 

Bij het uitwerken van een beleggingsbeleid voor uw onderneming, volgt Société Générale Private Banking een vooraf bepaald stappenplan. Marcel Kunnen: “Net zoals voor u persoonlijk, wordt er voor uw vennootschap een risicoprofiel opgemaakt. Hierbij objectiveren we de begrippen risico en potentieel rendement, zetten we een beleggingsstrategie uit voor een welbepaalde tijdshorizon en maken we goede afspraken. Zeker in het geval van een verdeeld aandeelhouderschap is het van belang dat de neuzen van alle aandeelhouders in dezelfde richting wijzen.”

Eens het risicoprofiel bepaald is, worden de diverse types beleggingsinstrumenten afgewogen. “Ook deze stap is cruciaal. Elk instrument heeft namelijk een eigen fiscaal aspect dat goed overwogen dient te worden bij de constructie van een beleggingsportefeuille voor een onderneming.” Zo is er het verschil tussen kapitaliserende beleggingsfondsen waarbij er bij de verkoop ervan een taks is op beursverrichtingen en distributiefondsen waarbij deze taks bij verkoop niet verschuldigd is. Ook het stelsel van de ‘Definitief Belaste Inkomsten’ (DBI) kan een opportuniteit zijn. Bij DBI-beveks zijn de dividenden en meerwaarden, onder bepaalde voorwaarden, niet belastbaar. Bij gewone beveks wel. Deze beveks moeten het dan ook heel wat beter doen dan DBI-beveks om na belasting even performant te zijn. “Het is vitaal dat men zich bewust is van de fiscale consequenties inherent aan de diverse types beleggingsinstrumenten. Een verkeerde keuze kan zware, haast oneerlijke fiscale gevolgen hebben.”

In de derde en laatste stap wordt de portefeuille ingevuld met individuele beleggingsproducten. Dit steeds rekening houdend met de strategie die uitgetekend werd na de bepaling van het risicoprofiel en de keuze van de geschikte beleggingsinstrumenten. “In deze fase is het belangrijk de kosten van beleggingsproducten tegen het licht te houden”, aldus Kunnen. “Het is namelijk niet alleen de fiscaliteit die een negatieve impact kan hebben op het potentiële rendement van een portefeuille, maar ook de kostenstructuur die verbonden is aan individuele producten. Een transparante en objectieve aanpak is hier eveneens een must. De open architectuur die onze bank voert op beleggingsgebied biedt daarom de mogelijkheid om ook vanuit deze invalshoek de beste keuzes te maken.”

Heeft u nog vragen omtrent belegging in uw vennootschap? Aarzel dan niet om ons te contacteren.